Een doof kind wordt in Uganda vaak als iets slechts gezien. Het is een kind dat waarschijnlijk toch nooit betaald werk zal doen en dus niet als oudedagsvoorziening voor de ouders geldt. Of het wordt zelfs gezien als een vloek van God. Veel vaders willen niets met zo’n kind te maken hebben en verlaten het gezin.
Wij laten de kinderen en hun gezinnen zien dat zij wel waardevol zijn. Ouders merken op met hoeveel liefde wij de kinderen benaderen. Ook bezoeken we de families thuis. En organiseren we een jaarlijkse ouderdag, waarbij we de ouders en verzorgers workshops aanbieden om goed met hun dove kind om te gaan. Zo’n dag geeft ook een stukje verbondenheid tussen ouders. Ze merken dan dat ze er niet alleen voor staan.
Dove kinderen kunnen de gesproken taal niet op een natuurlijke manier leren. Gebarentaal is wel volledig toegankelijk voor hen. Zij kunnen dit net zo makkelijk en snel leren als horende kinderen een gesproken taal leren. Het is dan wel belangrijk dat zij volop onderdompeld worden in gebarentaal. En juist dat gebeurt op een dovenschool. Daarom is het zo belangrijk dat dove kinderen vanaf jonge leeftijd toegang hebben tot dovenonderwijs. Dankzij sponsoring van Signs of Hope gaan dove kinderen naar school en leren ze vaak voor het eerst zich te uiten in een toegankelijke taal.
Er zijn in Uganda meerdere scholen voor dove kinderen. Deze scholen zitten vaak helemaal vol, en de grootte van de klassen maakt dat het moeilijk is om de kinderen op maat les te geven. Door als vrijwilliger in het onderwijs actief te zijn, zorgen we ervoor dat we kinderen dat extra onderwijs wel kunnen bieden. Door kinderen extra ondersteuning te bieden, kunnen zij het werk in de klas beter aan.
In Uganda wordt op de dovenscholen het reguliere curriculum gevolgd, zonder aanpassing in lesmethoden. Wij ontwikkelen deze methoden wel, zodat we de dove kinderen met meer visuele input kunnen lesgeven.
Via de bouw van de eigen school werken we toe naar een school waar we de leerlingen onderwijs op maat en met speciale methoden kunnen lesgeven. Hierin willen we een rolmodel zijn en onze aanpak in de toekomst ook met andere scholen delen.
Veel kinderen in Uganda gaan naar internaatsscholen. Dit geeft de ouders ruimte om te werken, maakt dat kinderen minder hoeven te reizen na lange schooldagen en is soms goedkoper. Ook de meeste dove kinderen zitten op het internaat, omdat zij ver van de school wonen. Een schoolsemester duurt ruim drie maanden.
De ouders komen in die periode vaak maar één keer langs, op de geplande bezoekdag. De kinderen slapen in slaapzalen. Vaak is er maar één volwassene op tientallen kinderen. De kinderen zijn dus ook veel op elkaar aangewezen.
Wij vinden het belangrijk dat er aandacht is voor elk kind. Daarom willen we in onze nieuwe school woningen voor twaalf kinderen met een moederfiguur bouwen. Zo kunnen de kinderen in een meer huiselijke situatie opgroeien.
De ouders of verzorgers zijn en blijven verantwoordelijk voor hun kinderen. Veel ouders kennen helaas maar weinig gebarentaal. De kinderen zijn alleen in de vakanties thuis en de mogelijkheden om echt gebarentaal te leren zijn beperkt.
Als Signs of Hope wijzen we ouders op het belang van gebarentaal. Dit doen we als we hen thuis bezoeken en we in de praktijk laten zien hoe goed we met het kind kunnen communiceren dankzij gebarentaal. Ook organiseren we een ouderdag, waarbij we altijd een les Ugandese Gebarentaal aanbieden. Op zo’n dag geven we ook andere workshops om de ouders toe te rusten hun dove kind goed op te voeden.